Verdraagzaamheidsplan

 

 

 

 

Gemeentelijke Basisschool

Strepestraat 21 – Grote Baan 332

2235 Hulshout

tel. : 015/22 22 98 – 016/69 93 06

fax : 015/22 32 46

E-mail : gemschool.hulshout@telenet.be

 

 

 

 

Inhoud

 

1.     Visie

2.     Wat is plagen en wat is pesten?

3.     Ruziemaken: mag dat?

4.     Pesten: waar en wanneer?

5.     Welke vormen van pesten bestaan er?

6.     Vooroordelen rond pesten.

7.     Mogelijke gevolgen voor de pestkop en de gepeste.

8.     Waarom kiezen we voor een verdraagzaamheidsplan?

9.     Welke afspraken hebben wij op school?

10.    Adviezen voor ouders.

11.    Adviezen voor de gepeste.

12.    Tips voor iedereen: documentatie en websites

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1. Visie: Verdraagzaamheidsplan versus pestactieplan

In veel scholen wordt de laatste tijd een pestactieplan opgesteld. Wij vinden deze benaming eerder negatief en noemen het liever verdraagzaamheidsplan. We willen ook duidelijk stellen dat we voorzichtig moeten omgaan met de term “pesten”. Te vaak nemen kinderen en ouders deze term in de mond. Maar vaak gaat het om plagen of ruzietjes, dus losstaande gebeurtenissen. Niet dat we dit niet ernstig moeten nemen maar we moeten toch een beetje kunnen nuanceren. Dit document is bedoeld voor leerkrachten, ouders en kinderen en biedt een overzicht van wat pesten is of net niet is en hoe we er allemaal kunnen mee omgaan.

Maar eerst even situeren: slachtoffers van pesten hebben het in de school soms erg moeilijk. Angst, verdriet en eenzaamheid zijn voor hen dagelijks terugkerende gevoelens. Soms wordt het voor hen onhoudbaar, worden kinderen depressief, ziek … .

Als ouder wil je dat jouw kind dit nooit overkomt. Toch is het evenmin een pretje als je hoort dat je kind zelf een pestkop is. Het doet pijn als anderen je kind beschuldigen, hoe lastig je kind thuis ook mag zijn. Je krijgt als ouder het gevoel dat je gefaald hebt. En – hoe zeer je ook je best hebt gedaan – hoe pak je zo’n probleem dan best aan?

Ook kinderen die als ‘toeschouwers’ worden beschouwd, lijden onder pesten. Uit angst voor de pesters gaan ze meedoen aan de pesterijen. Er ontstaat een klimaat van onveiligheid, waarin kinderen zich onoprecht en asociaal gedragen. Spontaan en vrij samen spelen en leren is er niet meer bij … .

Zowel leerkrachten, ouders als kinderen zijn medeverantwoordelijk opdat het welbevinden van ieder kind optimaal blijft. Daarom vinden wij het belangrijk binnen onze school de verdraagzaamheid te bevorderen.

 

2. Is plagen ook pesten?

Plagen

Pesten

is onschuldig en gaat vaak samen met humor

men wil bewust iemand kwetsen en kleineren

is tijdelijk

gebeurt herhaaldelijk, stopt niet meteen

speelt zich af tussen gelijken

de pestkop heeft steeds de bovenhand

is te verdragen

gebeurt met het doel te kwetsen

meestal één tegen één

een groep zoekt meestal één slachtoffer

 

3. Ruziemaken: mag dat?

Ruziemaken mag… hoe raar dit ook klinkt. Het helpt kinderen om sociale vaardigheden te ontwikkelen.

Hoe ga je om met agressie, hoe onderhandel je, wanneer ga je te ver? Terwijl ze ruziemaken, zoeken ze immers hun positie in de samenleving. Kinderen worden sterker als ze het zelf kunnen oplossen. Er moet dus een zone blijven waarbinnen ze kunnen plagen en ruzie maken.

Pesten is helemaal iets anders. Het is berekend iemand pijn willen doen, iets vernielen of iemand laten merken dat hij waardeloos is. En dat gebeurt telkens opnieuw! De pestkoppen zijn meestal dezelfden, de slachtoffers ook … .

 

4. Pesten: Waar en wanneer?

Pesten komt vooral voor op momenten dat de klasgroep ontsnapt aan het toezicht van volwassenen: tijdens de speeltijd, in de gangen, op uitstappen, op weg naar school, … .

 

5. Welke vormen van pesten bestaan er?

Woorden gebruikt als wapens: schelden, vernederende opmerkingen maken, … Wie een grote mond opzet krijgt vaak respect. Verbaal pesten is ook makkelijk te gebruiken en laat geen bewijzen na.

Vechten, slaan, schoppen, ….

Stelen en vernielingen aanrichten

Uitsluiten of negeren

Steaming: Een groep kinderen die een individu afdreigen totdat hij/zij snoep, geld of een voorwerp afgeeft.

Cyberpesten: pesten via internet of sms. 

 

 

 

 

 

6. Enkele vooroordelen rond pesten

Pesten gaat vanzelf wel over.
Fout! Wanneer er niets aan gedaan wordt, zal het enkel maar erger worden.

Van pesterijen word je harder.
Plagerijen leiden tot enige hardheid maar pesterijen ‘breken’ slachtoffers. De gepesten worden overtuigd van hun minderwaardigheid en onzekerheid. Het pesten is dus geen stimulans maar een belemmering voor hun ontwikkeling.

Slachtoffers lokken het meestal zelf uit.
Ja en nee. Dit is soms het geval maar het mag zeker niet veralgemeend worden.

 

7. Mogelijke gevolgen van het pesten

Als we beseffen wat de gevolgen kunnen zijn, gaan we zeker onze ogen niet sluiten voor de signalen. Het blijft niet bij blauwe plekken of een nachtje piekeren over een kwetsend woord. De pesterijen kunnen een leven lang iemand achtervolgen.

De gevolgen voor beide partijen zijn niet te onderschatten. Iedereen gaat lijden onder de pesterijen omdat de groepsgeest bedorven is.

Het slachtoffer kan:

-      een minderwaardigheidsgevoel krijgen en zich daardoor onzeker gedragen

-      amper nog voor zichzelf opkomen

-      zijn vertrouwen verliezen tegenover andere mensen

-      schoolangst hebben maar ook andere angsten kunnen de kop opsteken later in het leven

-      concentratiestoornissen ontwikkelen

-      geen initiatieven meer durven nemen

-      in het ergste geval depressief worden en later zelfmoordneigingen vertonen.

Het kan dat de pester:

-      op lange termijn geen echte vrienden meer overhoudt

-      verstrikt raakt in de pestrol en ondanks een positieve verandering in zijn gedrag, de grootste moeilijkheden ondervindt om een andere rol aan te nemen.

-      op latere leeftijd in botsing komt met de maatschappij (crimineel gedrag, ontslag,…)

-      moeite blijft hebben met een goede sociale omgang.

 

 

 

8. Waarom kiezen we voor een verdraagzaamheidsplan?

Omdat kinderen vaak de stap niet durven  zetten naar volwassen om te zeggen dat ze gepest worden. Veel voorkomende drempels zijn:
     -   ze schamen zich voor wat hen overkomt
     -   ze zijn bang dat ze niet geloofd worden
     -   ze vrezen nog ergere pesterijen uit wraak
     -   ze denken dat ze zelf de schuld krijgen
     -   ze kunnen moeilijk inschatten welke handelingen of uitspraken         accepteerbaar zijn.

Bij vermoeden van pesten dienen wij als opvoeders onze aandacht te verhogen en gerichter te observeren. Vaak wordt niet alles verteld.

Dan rijst de vraag hoe we het best tot een oplossing komen. Duidelijke afspraken op de school zijn nodig. Een uniforme aanpak geeft de beste resultaten. 

 

9. Welke maatregelen hebben wij op school?

9.1. Preventieve maatregelen

·         Hartje op de speelplaats: leerlingen die geen vriendje hebben om mee te spelen gaan op het hartje staan. Als de andere leerlingen zien dat er een kind op het hartje staat is het hun taak om naar het kind toe te stappen en samen iets te gaan spelen.

·         Spelotheek: door het aanbieden van speelgoed op de speelplaats willen we het pesten, plagen en ruzie maken voorkomen.

·         Peters- meters: Ieder kind uit het eerste leerjaar krijgt een peter of meter toegewezen uit het vierde leerjaar. Gedurende 3 opeenvolgende schooljaren doen ze samen verschillende activiteiten. De peter/meter kan ook helpen bij het oplossen van een ruzie. Zij leren dit tijdens een conflictles bij de aanvang van hun peter/meterschap.

·         Muziek en dans: op vrijdag en tijdens sommige speeltijden wordt er muziek gespeeld, ook dit wordt aangeboden met het oog op minder pesten, plagen en ruzie maken op de speelplaats.

 

9.2. Maatregelen als het probleem zich voordoet

Alle kinderen zijn verantwoordelijk om een pestprobleem aan te kaarten. Kinderen die dit liever anoniem doen kunnen dit door onopgemerkt een briefje op de lessenaar te leggen. Toch prefereren we de mondelinge communicatie omdat het probleem door vraagstelling meteen veel beter in kaart kan gebracht worden.

In onze school zijn de zorgcoördinator en de directie aangeduid als vertrouwensleraar. Ze kunnen bemiddelen als leerkrachten een tweede opinie willen of ook wanneer leerlingen wensen te praten met een andere leerkracht.

Voor ouders zijn deze vertrouwenspersonen ook een duidelijk aanspreekpunt in de school bij pestgedrag.

Stap 1

De melding gebeurt bij de juf/meester die op de speelplaats staat, aan de klasleerkracht of komt via de ouders. Bij melding van pestgedrag proberen we eerst om dader en slachtoffer de kans te geven het zelf uit te praten. Als er een oplossing is, dan vraagt de leerkracht om zichtbaar handen te schudden en sorry te zeggen. Waarschijnlijk gaat het in zulke gevallen niet om echt pestgedrag, eerder om een banale ruzie. In de kleuterklasjes kan dit vaak opgelost worden door een handje te geven of een knuffel. Bij kleuters wordt zo’n gesprekje gestuurd.

Tip: Laat kinderen tijdens het gesprek elkaar steeds aanspreken met hun voornaam.

 

Stap 2 

De leerkracht die op de speelplaats staat, of de klasleerkracht doet een gesprek met beide partijen . Op het moment dat beide partijen er niet uitkomen, gaat de leerkracht een verhelderinggesprek aan en probeert nieuwe afspraken te maken. De kinderen krijgen de kans om zonder straf terug een positieve relatie op te bouwen.

Stap 3

De leerkracht die op de speelplaats staat vertelt aan de betrokken klasleerkrachten wat er gebeurd is op de speelplaats. Bij herhaaldelijk ruzie/pestgedrag kan de leerkracht een zinvolle straf geven. Hij/zij oordeelt hierbij in eer en geweten.

Stap 4

De klasleerkracht gaat gericht observeren. Zowel in de eigen klas als op de speelplaats.

Stap 5

Indien nodig volgt een klasgesprek.

 

 

 

 

 

Stap 6

No-blame methode

Vanaf het vierde leerjaar kan je het stappenplan van de ‘no-blame methode’ eens uitproberen (eventueel i.s.m. de zorgcoördinator).

 

o   een leerkracht
De leerkracht vraagt hen om samen een probleem op te lossen.

 

 

 

 

Stap 7

Wanneer eerdere acties het probleem niet oplossen, wordt er een verdraagzaamheidscontract opgesteld met de betrokken leerlingen. De zorgcoördinator doet een gesprek met de betrokken leerlingen en bespreekt samen met hen het contract. De pester moet inzien dat hij die negatieve gedragingen moet ombuigen naar positief gedrag. We hebben een beloningsblad dat in samenspraak met de klasgroep moet worden ingevuld na iedere speeltijd.  Ze bespreken samen of het goed gegaan is of niet. Op het einde van de week komen de leerlingen opnieuw bij de zorgcoördinator om de afgelopen week even te bespreken en om eventuele nieuwe afspraken te maken voor de komende week.

Stap 8

Indien het pesten niet stopt, wordt het CLB ingeschakeld om een les te komen geven over pesten.

 

 

10. Adviezen voor ouders.  

Advies 1
School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Toch moet iedere partij waken over haar eigen grenzen. Het kan nooit de bedoeling zijn dat ouders op school (en ook niet aan de poort of op de weg naar school of thuis) eigenhandig het probleem willen oplossen. Er moet overleg zijn met de leerkrachten en/of de directie. In onze school werd de zorgcoördinator  aangeduid als vertrouwenspersoon van de leerlingen. Ouders kunnen steeds met vragen terecht bij in de eerste plaats  de eigen klasleerkracht, de zorgcoördinator of de directie.

Tip: Probeer dit overleg te voeren zonder de aanwezigheid van uw kind, zodat iedereen vrijuit kan praten.

Advies 2
Voor een pestgedrag op school blijft de inbreng van ouders bij voorkeur beperkt tot het aanreiken van informatie en tot het ondersteunen van de aanpak van de school. Neem EERST contact op met de school alvorens in contact te treden met de ouders van de andere partij. De emotionele betrokkenheid bij uw eigen kind kan soms te groot zijn om een juist inzicht te krijgen.

Advies 3
Ouders maken thuis tijd om met hun kinderen over het probleem te praten en laten het kind duidelijk aanvoelen dat ze achter de aanpak van de school staan. Geloof samen met uw kind dat er een einde aan het pesten zal komen.

Advies 4
Indien u erachter komt dat uw kind zijn probleem niet durft melden op school, vragen wij u om uw kind in eerste instantie toch te stimuleren om naar de leerkracht toe te stappen. Pas als dit niet lukt, neemt u zelf contact op met de school.

Advies 5
Als pesten niet op school gebeurt maar op straat of in een hobbyclub, probeert u contact op te nemen met de verantwoordelijken van de hobbyclub of sportclub om het probleem bespreekbaar te maken. Een school mag immers niet voor conflicten buiten haar eigen muren verantwoordelijk gesteld worden. Toch kan het geen kwaad de school hiervan op de hoogte te brengen. Vaak breiden broeihaarden zich uit naar andere locaties.

Advies 6
Ouders geven zelf het goede voorbeeld hoe een conflict kan opgelost worden.

Advies 7
Stimuleer uw kind op een positieve manier om voor zichzelf op te komen maar ook voor anderen.

Advies 8
Geloof niet steeds alles wat uw kind zegt maar tracht door gerichte vraagstelling een beeld te vormen vooraleer u uw oordeel uitspreekt over de situatie van uw zoon/dochter.

Advies 9
Stimuleer uw kind zeker niet om het recht in eigen hand te nemen en zeker niet op een gewelddadige manier.

Advies 10
Indien uw kind op school reeds bestraft werd voor zijn daden, is het niet nodig om thuis nog een extra straf op te leggen. Wijs wel in een gesprek op de gevolgen van zijn/haar pestgedrag en laat duidelijk uw afkeuring blijken. Reageer ook positief op elke gedragsverbetering, hoe bescheiden ook. 

 

 

 

 

11. Adviezen voor de gepeste

Advies 1
Loop rechtop, zelfverzekerd en met opgeheven hoofd.

(lichaamstaal speelt een essentiële rol!)

Advies 2
Kijk in de spiegel en zeg met luide stem ‘nee’ of ‘laat me met rust’.

 Dit houdt de pester op afstand!

Advies 3
Speel de bedreigende situatie na in een rollenspel en oefen hoe je rustig en zelfverzekerd kan reageren.

Advies 4
Negeer het pesten en doe alsof je er niet door geraakt wordt. Draai je om, loop snel weg en vertel het aan een volwassene.

Advies 5
Gebruik humor. Het is moeilijk om je te pesten als je het pesten niet ernstig neemt!

Advies 6
Reageer op spottende opmerkingen met telkens hetzelfde antwoord. Dit verveelt de pestkop.

Advies 7
Blijf in een grote groep met meerdere kinderen.

Advies 8
Leer vervelende gewoonten die aanleiding kunnen geven tot pesten af (zoals opscheppen, klikken, neuspeuteren, een snotneus aan een mouw afvegen of speelgoed/koek van andere kinderen afpakken.)


 

 

 

 

 

 


12. Tips voor iedereen: documentatie en websites

  Je kan de volgende websites raadplegen:

In de bib vind je heel wat verhalen rond pesten. In de school zijn ook enkele boeken rond pesten algemene informatie, maar ook met uitgewerkte doe-tips.

 

 

Samen op weg naar een school vol verdraagzaamheid!

 

http://www.lava-team.nl/images/f_vrienden.jpg

 

 

 

 

 

 

Gemeentelijke Basisschool Hulshout